
↑ Zoek een kale muur met een andere kleur dan het onderwerp.
・ Fotografeer het onderwerp tegen een witte muur of een ander oppervlak met een andere kleur dan het onderwerp. De camera kan het onderwerp niet goed extraheren als de kleur (bijna) hetzelfde is als de achtergrondkleur.
・ Kies een kale muur als achtergrond voor het onderwerp en geen muur met een druk patroon of vormen.
Aanbevolen!
Opnametechniek 1
Zoek een vlakke muur zonder storende elementen.
U kunt het onderwerp het beste extraheren als de achtergrond een muur zonder storende elementen is, zoals in de foto hierboven. Op deze manier hoeft u de camera niet met veel moeite goed op te stellen als u het tweede beeld (alleen de achtergrond) maakt dat nodig is voor een Dynamische Foto. Als u een kale muur fotografeert, kunt u de camera zoveel bewegen als u wilt bij het maken van CS-beelden van een bewegend onderwerp.

Opnametechniek 2
Zoek een aantal referentiepunten en gebruik een statief.
Als het beeld referentiepunten bevat (zie de foto hierboven), dan moet u het tweede beeld (alleen de achtergrond) maken volgens precies dezelfde referentiepunten. In dit geval moet u de camera zo stil mogelijk houden als u het eerste beeld (het onderwerp en de achtergrond) en het tweede beeld (alleen de achtergrond) maakt. Gebruik indien mogelijk een statief en zorg dat het eerste beeld op precies dezelfde manier wordt gemaakt als het tweede beeld.

Zorg om schaduw te voorkomen dat het onderwerp niet te dicht bij de muur staat!
Schaduw op de muur of vloer als gevolg van fel zonlicht, een lamp of een andere lichtbron kan door de camera als deel van het onderwerp worden beschouwd. Schaduw kan ontstaan als het onderwerp te dicht bij een muur staat. Zorg dat het onderwerp zo ver mogelijk van de muur staat.

Gebruik geen bewegende achtergrond!
Onderwerpen kunnen alleen goed worden geëxtraheerd als er verder niets in het beeld beweegt. Vermijd bijvoorbeeld een golvende zee of bomen die in de wind bewegen.


Druk op [SET] bij stap 1 van '3. Maak eerst een foto van het onderwerp'. Er wordt een scherm weergegeven waarin u het onderwerptype en de CS-snelheid kunt opgeven.
U kunt een van de onderstaande vier onderwerptypen selecteren. U kunt naast een bewegend onderwerp ook een stilstaand onderwerp (één frame) selecteren.
| CS-snelheid | Aantal beelden | Onderwerptype | |
|---|---|---|---|
| Bewegend Onderwerp 1 sec (20 fps) |
20 frames per seconde | 20 beelden | Maakt een bewegend onderwerp van de CS-beelden. ・ Het onderwerp wordt geëxtraheerd uit elk CS-beeld. ・ Met 'Beweg. Onderw. 1 sec (20fps)' krijgt het onderwerp een vloeiende beweging, maar de opnametijd is beperkt tot 1 seconde. ・ Met 'Beweg. Onderw. 4 sec (5fps)' is de opnametijd langer, maar wordt de beweging van het onderwerp minder vloeiend. |
| Beweg. Onderw. 2 sec (10fps) |
10 frames per seconde | 20 beelden | |
| Beweg. Onderw. 4 sec (5fps) |
5 frames per seconde | 20 beelden | |
| Stil Onderwerp | 1 beeld | Maakt een opname van één onderwerp, dat wordt geëxtraheerd en ingevoegd in de achtergrondfoto. |